Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2841.

1.5. In reconventie heeft de rechtbank overwogen dat Hoda m.b.t. haar vordering onder tot betaling onder (a) niet ontvankelijk is om een in het stadium van cassatie niet meer ter zake doende reden. M.b.t. de vordering onder (b) heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen tot het geven van nadere inlichtingen. M.b.t. de vordering onder (c) heeft de rechtbank de vordering tot schadevergoeding, op te maken bij staat, in beginsel toewijsbaar geacht omdat Mondi voor een vordering van f 975.000,- op vier plaatsen conservatoir beslag heeft laten leggen, terwijl in conventie in hoofdsom slechts DM 5.385,18 toewijsbaar was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f, en de alinea staat in dat document op bytes 8828 tot 9467.