Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2841.

2.2. Berusting in een rechterlijke uitspraak is het te kennen geven aan de wederpartij van de wil om zich bij die uitspraak neer te leggen en aldus afstand te doen van het recht om daartegen een rechtsmiddel in te stellen. Van berusting kan slechts sprake zijn ingeval de in het ongelijk gestelde partij na de uitspraak jegens de wederpartij een houding heeft aangenomen, waaruit in het licht van de omstandigheden van het geval ondubbelzinnig blijkt dat zij zich bij de uitspraak neerlegt(2). Het enkele feit dat een procespartij gevolg geeft aan een rechterlijke uitspraak betekent op zichzelf nog niet dat die procespartij zich ondubbelzinnig bij de uitspraak neerlegt. Mollema, t.a.p. aantek. 2, geeft als vuistregel dat de rechter in het algemeen geen berusting behoort aan te nemen wanneer een andere verklaring van de handelwijze van de appellant geredelijk mogelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f, en de alinea staat in dat document op bytes 12862 tot 13753.