Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2841.
3.3. Onderdeel 2 bevat zowel een rechts- als een motiveringsklacht. Het onderdeel stelt dat indien achteraf blijkt dat een beslag ten onrechte is gelegd, een risicoaansprakelijkheid voor de beslaglegger bestaat. Volgens Mondi is zulks ook het geval indien voor een te groot bedrag beslag is gelegd, het beslag te lichtvaardig is gelegd of indien de beslaglegger het beslag onnodig heeft laten voortduren. Het onderdeel verwijst naar HR 15 april 1965, NJ 1965, 331, m.nt. D.J.V.; HR 21 februari 1992, NJ 1992, 321 en HR 13 januari 1995, NJ 1997, 366 m.nt. CJHB. Waar het uiteindelijk verschuldigde bedrag (DM 58.178,84 met rente) "slechts een fractie" bedraagt van het bedrag waarvoor de cumulatieve beslagen zijn gelegd (f 975.000,-), had het hof volgens Hoda niet anders kunnen concluderen dan dat de beslagen ten onrechte zijn gelegd en gehandhaafd, althans voor het meerdere en voor zover (naast het eigenbeslag) ook onder derden beslag is gelegd, zodat Mondi schadeplichtig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f, en de alinea staat in dat document op bytes 16967 tot 17961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91eb22aa68e1de51ad62d3f3c6af9445e0fbebb0649bc6b986c1e5ae3afc071f | shasum -a 256