Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2843.

10. Na onderdeel 1, dat geen klacht bevat, betoogt onderdeel 2 dat het Hof over het hoofd heeft gezien dat [eiser] bij herhaling feiten heeft gesteld waaruit naar voren komt dat sprake is geweest van bewuste misleiding door [verweerder], zodat onbegrijpelijk is 's Hofs oordeel dat noch ten aanzien van het bouwjaar noch ten aanzien van de bouwer sprake is van bedrog. Bovendien verwijt het onderdeel het Hof een onjuiste rechtsopvatting, doordat het kennelijk nog meer feiten van [eiser] verlangde dan deze reeds had aangevoerd om bedrog te kunnen aannemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a, en de alinea staat in dat document op bytes 10535 tot 11106.