Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2843.
11. De motiveringsklacht faalt. Nog daargelaten dat het middel de vindplaatsen van de bedoelde stellingen in de gedingstukken in de feitelijke instanties niet noemt, zodat de klacht niet voldoet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 (oud) Rv te stellen eisen (zie o.m. HR 11 januari 2002, NJ 2002, 82), stuit de klacht in ieder geval hierop af dat het Hof - onbestreden in cassatie - heeft geoordeeld dat aannemelijk is geworden dat zowel [eiser] als [verweerder] ten tijde van de koop meenden dat de boot slechts enige jaren vóór 1987 was gebouwd en in dat jaar aanmerkelijk was verbouwd door [A]. Hieruit volgt dat van bewuste misleiding door [verweerder] van [eiser] met betrekking tot het bouwjaar en de bouwer van het schip geen sprake kan zijn geweest. Van een onbegrijpelijk oordeel is geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a, en de alinea staat in dat document op bytes 11126 tot 11948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a | shasum -a 256