Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2843.
15. Voor zover het onderdeel voorts nog de klacht inhoudt dat het Hof in ieder geval in de combinatie van verzwijgingen c.q. het doen van onjuiste mededelingen van de kant van [verweerder] aanleiding had behoren te vinden om te concluderen dat sprake was van bedrog, kan het evenmin slagen. Aangezien het Hof op geen van de door [eiser] bedoelde punten verzwijging of het doen van onjuiste mededelingen door [verweerder] aannemelijk heeft geoordeeld, behoefde het zich niet te begeven in de vraag of een combinatie van de gestelde verzwijgingen voldoende is om tot de aanwezigheid van bedrog te kunnen concluderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a, en de alinea staat in dat document op bytes 12968 tot 13595.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a | shasum -a 256