Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2843.
20. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Zoals het onderdeel ook aangeeft, heeft [eiser] in de procedure gesteld dat hij bij een juiste voorstelling van zaken de koop in het geheel niet zou hebben gesloten. Het Hof, oordelende dat van dwaling geen sprake is omdat [eiser] heeft nagelaten toe te lichten waarom hij bij een juiste voorstelling van zaken de boot niet zou hebben gekocht, heeft zich kennelijk beperkt tot de bedoelde stelling van [eiser] en heeft zich over de vraag of van dwaling ook sprake kan zijn indien de dwaler niet op dezelfde wijze zou hebben gecontracteerd (dus) niet uitgelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a, en de alinea staat in dat document op bytes 14437 tot 15056.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a | shasum -a 256