Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2843.

26. Het onderdeel faalt. Het geeft niet aan op welke vaststaande feiten wordt gedoeld, zodat de klacht niet voldoet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv te stellen eisen (zie o.m. HR 21 juni 2002, NJ 2002, 402). Voor zover het onderdeel wil betogen dat onjuist is het oordeel van het Hof dat bouwjaar en bouwer geen uitdrukkelijke of stilzwijgende bedingen van de overeenkomst waren, kan het geen doel treffen: 's Hofs oordeel berust (mede) op uitleg van de overeenkomst en kan, feitelijk als het is, in cassatie niet op juistheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a, en de alinea staat in dat document op bytes 16957 tot 17524.