Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2843.
29. De strekking van de klacht van onderdeel 11 is mij niet geheel duidelijk geworden. Voor zover het onderdeel wil betogen dat het Hof over het hoofd heeft gezien dat [eiser] bewijs van zijn stellingen heeft aangeboden, mist het feitelijke grondslag; het Hof heeft dat juist niet over het hoofd gezien, doch geoordeeld dat er geen grond is om [eiser] tot het aangeboden bewijs toe te laten. Voor zover het onderdeel wil betogen dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiser] het bewijs van zijn stellingen niet reeds heeft geleverd, althans niet reeds zodanig bewijs van zijn stellingen heeft geleverd dat de bewijslast op [verweerder] had behoren te worden afgewenteld, faalt het onderdeel evenzeer. Blijkens zijn - in cassatie tevergeefs bestreden - r.o. 4.2 en 4.3 heeft het Hof geoordeeld dat [eiser] in zijn stelplicht is tekort geschoten ten aanzien van zowel zijn beroep op bedrog en dwaling als zijn beroep op schending van de conformiteitseis. Bij deze stand van zaken was, wat er ook zij van de door het Hof gegeven motivering (zie daarover HR 6 april 2001, NJ 2002, 385), voor bewijslevering door [eiser] rechtens geen plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a, en de alinea staat in dat document op bytes 19244 tot 20402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/682afa418c7c4ed064807950e0d48117a8f985c487d1f8b559ec03aa274ca22a | shasum -a 256