Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2844.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het boetebeding in artikel 5 lid 3 van de beëindigingsovereenkomst niet aan te merken als een boetebeding in de zin van art. 7:650 BW. Laatstgenoemd artikel beoogt een sanctie te bieden voor ordevoorschriften in het bedrijf van de werkgever en ziet derhalve op situaties tijdens het dienstverband. Genoemd artikel 5 lid 3 betreft echter de verhouding van partijen na beëindiging van het dienstverband."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53, en de alinea staat in dat document op bytes 58007 tot 58465.