Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2844.
Ruizeveld daarentegen concludeert op grond van de wetsgeschiedenis, en vooral op grond van het feit dat uit de memorie van toelichting bij wetsvoorstel 23 438(48) niet blijkt van een op materiële herziening van de regeling van de arbeidsovereenkomst gerichte intentie, dat art. 7:650 BW op de concurrentiebedingboete niet van toepassing is(49).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53, en de alinea staat in dat document op bytes 59284 tot 59642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53 | shasum -a 256