Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2844.
In dat laatste wordt Loonstra bijgevallen door Van der Grinten(51), die eveneens van mening is dat de bepaling van art. 7:650 BW niet geldt voor een boetebeding dat betrekking heeft op verplichtingen van de werknemer ter zake van de beëindiging der dienstbetrekking of op verplichtingen na het einde der betrekking, "(...) met name niet voor een boete die gesteld is op overtreding van een concurrentiebeding." Volgens Van der Grinten blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de bepaling daarvoor niet is bedoeld. Op een dergelijk boetebeding zijn slechts de bepalingen van art. 6:91-94 BW van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53, en de alinea staat in dat document op bytes 60241 tot 60854.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53 | shasum -a 256