Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2844.

Bij zijn conclusie van antwoord heeft [eiser] een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld. Hij stelde deze eis in voorzover mocht komen vast te staan dat de overeengekomen werkzaamheden van [eiser] wel onder het concurrentiebeding vallen, en dit niet wegens strijd met de Avw nietig zou zijn. [Eiser] heeft gehele - of gedeeltelijke - vernietiging van het concurrentiebeding gevorderd. Aan deze vordering heeft hij ten grondslag gelegd dat, in verhouding tot het te beschermen belang van LAN-Alyst, [eiser] door het beding onredelijk wordt benadeeld. Hij heeft gesteld dat hij zijn positie heeft verbeterd door in dienst te treden bij Syntegra. Bovendien stelt [eiser] dat het beding te ruim is geformuleerd en de boete van fl. 100.000,-, gelet op de duur van het dienstverband en de hoogte van het loon, bovenmatig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9811544f17fd8e4f31de1db5e7afc4dfb1977fa33c38c32f28e95021c4dda53, en de alinea staat in dat document op bytes 15939 tot 16776.