Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2848.

3.42 In een genuanceerd betoog werpt Schlössels als zwaarwegend bezwaar tegen het litigieuze kostenverhaal op dat een wettelijke grondslag ontbreekt. Bovendien zou de burger vooraf moeten weten in welk financieel avontuur hij zich stort.(52) Ook Lubach ziet per saldo grote, zij het dan ook geen onoverkomelijke, bezwaren in de beperkte invloed die de wederpartij kan uitoefenen op de planschadevergoeding. Voorts betoogt hij dat, bezien vanuit de optiek van artikel 49 WRO, niet relevant wie betaalt en dat van onaanvaardbare doorkruising geen sprake is omdat de overeenkomsten zich uitsluitend richten op kostenafwenteling. (53)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f, en de alinea staat in dat document op bytes 45981 tot 46625.