Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2848.
f. zou men overeenkomsten als de onderhavige op zich toelaatbaar achten dan ontstaan aanzienlijke moeilijkheden op het stuk der rechtsbescherming.(70) Der overheid werderpartij kan zich bij de bestuursrechter (of in de bezwaarschriftenfase) niet mengen in de discussie over de hoogte van de vergoeding krachtens artikel 49 WRO; immers wordt hij niet als belanghebbende aangemerkt. Dat laat onverlet dat hij kan aankloppen bij de burgerlijke rechter. De inzet van die procedure zal dan moeten zijn dat de overeenkomst in de weg staat aan verhaal van het (volle) door de overheid krachtens artikel 49 WRO uitbetaalde bedrag.(71) De consequentie zou zijn dat de burgerlijke rechter de hoogte van deze vergoeding moet gaan beoordelen hetgeen - weliswaar in de verhouding tussen de overheid en de belanghebbende in de zin van artikel 49 WRO - nu juist behoort tot de taak van de bestuursrechter. Aldus zou een onwenselijk te achten situatie ontstaan. Onwenselijk en vermoedelijk ook niet in overeenstemming met artikel 6 EVRM wanneer de burgerlijke rechter zich zonder meer zou aansluiten bij het oordeel van de bestuursrechter in een geschil tussen andere partijen. Onwenselijk ook wanneer hij dat niet zou doen en vervolgens tot een ander resultaat zou komen;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f, en de alinea staat in dat document op bytes 54045 tot 55314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f | shasum -a 256