Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2848.

2.10 Uit het in 2.9 vermelde blijkt, volgens de Rechtbank, dat de tekst en de strekking van de WRO in zijn algemeenheid, noch de tekst en de strekking van artikel 49 WRO in het bijzonder, zich verzetten tegen afwenteling van planschadevergoeding op een ander dan de overheid. In dit licht bezien staat de WRO er ook niet aan in de weg dat de Gemeente privaatrechtelijk overeenkomt deze schadevergoeding (achteraf) te verhalen op de belanghebbende. De Rechtbank wijst erop dat er geen gelijkwaardig publiekrechtelijk alternatief is waarmee de kosten van de planschadevergoeding op de belanghebbende kunnen worden verhaald waaraan de voorkeur moet worden gegeven. Dat in de WRO een specifieke regeling voor verhaal van deze kosten op belanghebbende burgers ontbreekt, staat daaraan niet in de weg en daaruit kan evenmin worden afgeleid dat de wetgever deze mogelijkheid heeft willen uitsluiten. Dit betekent dat verhaal van planschadevergoedingskosten via de privaatrechtelijke weg geen onaanvaardbare doorkruising oplevert van de publiekrechtelijke regeling vervat in de WRO (rov. 5.15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f, en de alinea staat in dat document op bytes 13163 tot 14262.