Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2848.

3.11 In artikel 19 lid 1 WRO, zoals dat luidde ten tijde van het aangaan van de litigieuze overeenkomst, kon vrijstelling van een bestemmingsplan worden verleend ingeval een voorbereidingsbesluit of een ontwerp voor herziening ter inzage is gelegd. Deze tekst doet m.i. nog duidelijker dan de thans geldende uitkomen dat - kort gezegd - hetgeen waarvoor vrijstelling wordt verleend, moet passen in het bestemmingsplan. In de MvT wordt de staf gebroken over de wel bestaande neiging via een vrijstelling de hand te lichten met of inbreuk te maken op het bestemmingsplan. Alleen voor "kruimelgevallen" wordt zulks aanvaardbaar geacht; daarvoor bestond evenwel een aparte regeling (artikel 18a WRO)(13) die in casu niet aan de orde is. Ook overigens biedt de wetsgeschiedenis talloze voorbeelden waaruit dit alles kan worden afgeleid.(14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f, en de alinea staat in dat document op bytes 27862 tot 28710.