Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2848.

3.17.4 In de procedure die heeft geleid tot HR 16 februari 1996, NJ 1996, 608 Ch. Backes, AB 1996, 280 ThGD voldeed een tussen een familie en de gemeente gesloten exploitatieovereenkomst niet aan de in de Exploitatieverordening van de gemeente Uden gestelde eisen. De Hoge Raad overwoog dat exploitatieverordeningen de rechtszekerheid voor grondeigenaren verhogen en dat het met deze strekking strookt om aan te nemen dat, indien in een exploitatieovereenkomst de bepalingen van de toepasselijke exploitatieverordening niet in acht zijn genomen, zulks tot gevolg heeft dat de gemeente haar in de exploitatie-overeenkomst neergelegde aanspraak op een financiële bijdrage niet geldend kan maken (rov. 3.5). Over dit arrest heeft Drupsteen opgemerkt dat het "past in een ontwikkeling waarin zowel de bestuursrechter als de burgerlijke rechter paal en perk zijn gaan stellen aan de praktijk van het gemeentelijk grondkostenverhaal."(26)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd27c0f77bf36f9a55345b9feb5ad8961276dee9e345514da638c9d6508c75f, en de alinea staat in dat document op bytes 33402 tot 34348.