Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2969.
9 Het vermoeden wordt omschreven als een feitelijke gevolgtrekking uit, dus het als vaststaand aannemen van een feit op grond van het vaststaan van bepaalde andere feiten, de hulp- of intermediaire feiten, die indirect of middellijk bewijs opleveren, zie Mon. Nieuw BW A-24 (Asser), nr. 7 (p. 12) en nrs. 9, 13, 15 en 19. Bij de omkeringsregel is sprake van een bijzondere regel van bewijslastverdeling als bedoeld in artikel 150 Rv op basis van een vermoeden (vgl. over dit verschijnsel Mon. Nieuw BW, a.w. p. 33). De rechter leidt immers rechtsfeit a (c.s.q.n.-verband) af uit de bewezen (hulp)feiten b (schending norm die strekte tot ... etc.), c (gevaar door normschending in het algemeen aanmerkelijk vergroot) en d (gevaar verwezenlijkt). Tegen het vermoeden kan door de partij in wier nadeel het wordt aangewend, tegenbewijs worden geleverd. Bij dit tegenbewijs gaat het om het weerleggen van het vermoeden, zonder dat het tegendeel behoeft te worden bewezen, zie Mon. Nieuw BW A-24 (Asser), nr. 13. Zie over het leveren van tegenbewijs bij toepassing van de omkeringsregel Akkermans, a.w. p. 12-14 en hoofdstuk 15.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170, en de alinea staat in dat document op bytes 50512 tot 51647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170 | shasum -a 256