Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2969.

7. Met betrekking tot de 1e inbraak is meer in het bijzonder niet komen vast te staan dat, (zelfs) indien de desbetreffende surveillanten bij hun controle naar aanleiding van het (tril)alarm dan wel bij hun surveillancerondes geheel rond het gebouw, tot aan het in de portocabine gevestigde kantoor zouden hebben gereden - in confesso is dat zij dat niet hebben gedaan -, zij de inbraak wèl zouden hebben ontdekt. Veelzeggend in dit verband is het feit dat toen de directeur van Mevi de dag volgend op de nacht van de inbraak zijn auto pal naast het door de inbrekers in de muur aangebrachte gat (van 60 bij 45 cm) parkeerde, hij dit ook (bij klaarlichte dag) niet heeft gezien. Het enkele feit dat de surveillanten er (kennelijk) niet bij hebben stil gestaan dat het afgaan van het (in de muur aangebrachte) trilalarm niets met de (zich in die muur bevindende) roldeur maar met het maken van een gat in die muur te maken had, maakt nog niet dat zij in hun taak zijn tekort geschoten dan wel onzorgvuldig hebben gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170, en de alinea staat in dat document op bytes 16426 tot 17462.