Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2969.

In de tweede volzin van r.o. 6 gaat het hof vervolgens over tot een bespreking van een van de twee overige aan Fino verweten tekortkomingen, te weten het minder frequent surveilleren dan overeengekomen. Dat van dat laatste sprake is geweest neemt het hof veronderstellenderwijs aan ("Het moge zijn dat ..."), waarna het overweegt dat op geen enkele wijze enig oorzakelijk verband aannemelijk is gemaakt tussen het minder frequent surveilleren en de geclaimde schade. De tweede volzin van r.o. 6 moet m.i. dus niet worden gelezen als een uitleg of motivering van de daaraan voorafgegane eerste volzin. Aan de steller van het middel kan worden toegegeven dat de eerste en tweede volzin van r.o. 6 niet fraai op elkaar aansluiten, maar daaruit valt m.i. niet af te leiden dat het hof het onderscheid tussen causaal verband en tekortkoming / onrechtmatig handelen uit het oog zou hebben verloren. Evenmin zijn de bewuste overwegingen, noch op zichzelf noch in onderling verband beschouwd, onvoldoende gemotiveerd of onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170, en de alinea staat in dat document op bytes 20227 tot 21268.