Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2969.

In deze benadering lijkt voor de vraag naar de al dan niet toepasselijkheid van de omkeringsregel het concrete feitelijke vermoeden van causaal verband geen zelfstandige rol te spelen naast de vereisten dat de geschonden norm ertoe strekt een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan van schade te voorkomen, dat dit gevaar door de normschending in het algemeen aanmerkelijk wordt verhoogd en dat het gevaar zich heeft verwezenlijkt; volgens de rechtspraak van de Hoge Raad noopt het voldaan zijn aan die vereisten de feitenrechter tot het aannemen van causaal verband. Dit vormt nu juist de bestaansreden van de omkeringsregel naast het instrument van het ad hoc feitelijke vermoeden,(10) zo zou men kunnen zeggen. De werkelijke vermoedens van de rechter omtrent de aan- of afwezigheid van causaal verband lijken in de benadering van de Hoge Raad uitsluitend een rol te spelen in het kader van het door de aansprakelijk gestelde partij te leveren tegenbewijs.(11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170, en de alinea staat in dat document op bytes 30973 tot 31952.