Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2969.

Voorts valt het mij op dat de Hoge Raad in het tweede arrest (Kastelijn/Achtkarspelen) aanneemt dat het hof er kennelijk en niet onbegrijpelijk van is uitgegaan (waarop de niet-toepasselijkheid van de omkeringsregel mede wordt gebaseerd) dat causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de schade "niet zonder meer voor de hand lag". Is hier sprake van een vereiste voor de toepassing van de omkeringsregel? Het blijft duister. Ik zou het graag zien, want het is volgens mij de omstandigheid waarin de omkeringsregel uiteindelijk zijn rechtvaardiging vindt. En de formulering is een stuk duidelijker dan bijv. "het gevaar wordt door de normschending in het algemeen in aanmerkelijke mate vergroot".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170, en de alinea staat in dat document op bytes 32935 tot 33650.