Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2969.

In de derde volzin van r.o. 6 overweegt het hof dat niet is komen vast te staan dat Fino, mede gelet op de voor de surveillances in rekening gebrachte prijs, niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar had mogen worden verwacht(16). Geen rechtsregel belette het hof bij dat oordeel, dat mede berust op uitleg van de surveillance-overeenkomst, mede betekenis toe te kennen aan de voor de surveillances overeengekomen prijs. Dat het hof daaraan in het onderhavige geval mede betekenis heeft toegekend is voorts niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van de in het onderdeel gememoreerde stelling dat de door Fino voor de vervulling van haar diensten geoffreerde en toegepaste prijs een slechts voor haar eigen (bedrijfseconomische) verantwoordelijkheid komende aangelegenheid vormt. De hierop betrekking hebbende klacht faalt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff587d3f10c8bc535153bc287be58f766f5426c2daf05efbb25c2da4b5ade170, en de alinea staat in dat document op bytes 41908 tot 42758.