Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3067.

4.5. Met het onder 4.4 bedoelde is niet verenigbaar 's hofs zienswijze, waarbij verweren die betrekking hebben op de hypothetische (vermogens-)situatie van [verweerder], indien [eiser] [verweerder] wél tijdig geïnformeerd zou hebben en er dus geen sprake was geweest van onzorgvuldig handelen door [eiser], (op voorhand) niet relevant worden verklaard. Tegenover de gemotiveerde stellingen van [eiser] ontbreekt in 's hof arrest iedere beoordeling van enige contrastelling van [verweerder] dat [verweerder], indien [eiser] hem wel correct geïnformeerd zou hebben, de schade door het verbeuren van dwangsommen niet, of in mindere mate zou hebben geleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87da7d7f491b3a98f918904fd77b8a6726e1d1d601d0d70f2281b1706f41bc93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87da7d7f491b3a98f918904fd77b8a6726e1d1d601d0d70f2281b1706f41bc93, en de alinea staat in dat document op bytes 12498 tot 13168.