Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3070.

20. Deze klacht faalt, omdat zij miskent dat het Hof - onbestreden in cassatie - als vaststaand heeft aangenomen dat [A] handelde in opdracht van Horizon en voorts heeft geoordeeld dat de dwaling van NLP omtrent het feit dat [eiser] niet over een brevet beschikte is toe te schrijven aan de onzorgvuldigheid van [A]. Uitgaande van deze oordelen is onjuist, noch onbegrijpelijk dat het Hof de bedoelde stelling van [eiser] heeft verworpen. De fouten van een tussenpersoon die als hulppersoon van de verzekeringnemer moet worden beschouwd, worden aan de verzekeringnemer toegerekend. Vgl. H.J. Scheltema, Algemeen deel van het schadeverzekeringsrecht, 5e dr. bew. door F.H.J. Mijnssen, 1998, blz. 118/119, en Asser-Clausing-Wansink, 5-VI, De verzekeringsovereenkomst, 1998, nr. 49. Zie voorts F.R. Salomons, Toerekening van fouten van onafhankelijke tussenpersonen in het verzekeringsrecht, Het Verzekerings-Archief 1989, blz. 227 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f2fa68b2fc2f2bb7e32a0f7d1f1d405f63e2b2179733cff586a978921010625. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f2fa68b2fc2f2bb7e32a0f7d1f1d405f63e2b2179733cff586a978921010625, en de alinea staat in dat document op bytes 19815 tot 20762.