Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3077.
1.4 Op 7 juli 1993 heeft de gemeente met [verweerder](3) een privaatrechtelijke overeenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten, waarbij [verweerder] zich op verbeurte van een boete van f. 250.000 jegens de gemeente verbond onder meer om het bedrijfscentrum van zijn bedrijf te verplaatsen, een ontsluitingsbrug aan te leggen, 4000 m2 glas te realiseren en een op het bedrijf aanwezige salonwagen te verwijderen of te slopen. De gemeente verbond zich om, na ondertekening van de overeenkomst, al het mogelijke te doen om de door [verweerder] gevraagde bouwvergunning voor de nieuwe bedrijfswoning te verlenen. In de aanbiedingsbrief bij de door hem getekende overeenkomst heeft [verweerder] opgenomen dat hij het onterecht vindt dat voor het verlenen van de vergunning zo'n ingrijpende overeenkomst is geëist, dat hij geen andere weg ziet dan de overeenkomst te ondertekenen en dat hij dat heeft gedaan vanuit een "rug tegen de muur"-positie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee94a35d81ada89a7b7d85a62ee18be92f8c5f44b1552b417d4c9fab18b29f64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee94a35d81ada89a7b7d85a62ee18be92f8c5f44b1552b417d4c9fab18b29f64, en de alinea staat in dat document op bytes 5545 tot 6502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee94a35d81ada89a7b7d85a62ee18be92f8c5f44b1552b417d4c9fab18b29f64 | shasum -a 256