Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
7. In HR NJ 2002, 77 en wederom in HR NJ 2002, 338 is overwogen dat strikt de hand moet worden gehouden aan het in de art. 279 en 331 Sv neergelegde machtigingsvereiste. Dat brengt mee dat de raadsman die ter terechtzitting niet verklaart door de niet-verschenen verdachte uitdrukkelijk gemachtigd te zijn tot het voeren van de verdediging, geen van de hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, behoudens het geven van een toelichting op de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken om aanhouding van de behandeling teneinde de verdachte alsnog in staat te stellen aanwezig te zijn of teneinde alsnog een machtiging van de verdachte te verkrijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 7654 tot 8342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256