Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.

9. Inmiddels zijn in de literatuur kritische beschouwing gewijd aan art. 279 Sv, vgl. R.C.P. Haentjens, De niet gemachtigde advocaat is geen onmachtige raadsman, Trema 2002, p. 173 e.v. en P. Ingelse, Onrust over de gemachtigde raadsman, Nederlands Juristenblad 2002, p. 2183 e.v. Zelf ben ik er ook niet van overtuigd dat art. 279 Sv in alle opzichten als de meest billijke en doelmatige regeling is aan te merken. Met name het verband dat de wetgever heeft gelegd tussen de machtiging van de raadsman en het, in dat geval, op tegenspraak gevoerd worden van de procedure, zodat de einduitspraak onherroepelijk wordt indien er niet binnen veertien dagen een rechtsmiddel is aangewend is had naar mijn inzicht veel meer aandacht verdiend. Het valt niet uit te sluiten dat de raadsman stellige instructies krijgt de verdediging in volle omvang te voeren op een moment waarop er nog geen zittingsdatum is bepaald. Uit het feit dat de verdachte zijn raadsman heeft verzocht of geïnstrueerd te doen wat in het belang van de verdediging is kan niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte van de zittingsdatum op de hoogte is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 9750 tot 10889.