Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
10. De raadsman kan voor een dilemma komen te staan indien zijn contacten met zijn cliënt hem de overtuiging hebben gegeven dat het voeren van de verdediging van hem wordt verwacht, maar hij ervan uit moet gaan dat zijn cliënt niet weet wanneer de behandeling ter terechtzitting zal plaatsvinden, en hij geen mogelijkheden heeft zijn cliënt te bereiken teneinde dat tijdstip (zomede de inhoud van de daaropvolgende einduitspraak) mee te delen. Door ter terechtzitting te verklaren dat hij gemachtigd is de verdediging te voeren handelt hij weliswaar overeenkomstig de verlangens van zijn cliënt, maar schept hij het risico dat diens belangen worden geschaad doordat niet binnen korte tijd de expliciete opdracht verkregen kan worden een (volgend) rechtsmiddel in te stellen, zodat een veroordelend vonnis of arrest onherroepelijk wordt. Door te verklaren dat hij niet uitdrukkelijk gemachtigd is voorkomt de raadsman weliswaar dat de uitspraak buiten medeweten van zijn cliënt onherroepelijk wordt, maar zegt hij iets dat eigenlijk niet overeenkomstig de waarheid is en doet hij bovendien niet wat zijn cliënt van hem verwacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 10909 tot 12056.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256