Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.

De onderhavige zaak lijkt dit te illustreren. Een raadsman die ter terechtzitting verklaart niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn de verdediging te voeren, ofschoon kennelijk volledig geëquipeerd dat wèl te doen, en tegelijkertijd met een beroep op zijn ambtsgeheim weigert in te gaan op de vraag of zijn cliënt op de hoogte is van de zitting en op de vraag waar zijn voor justitie onvindbare cliënt verblijft, wekt de indruk tactische overwegingen te laten prevaleren boven oprechte en volledige voorlichting van de rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 12478 tot 13021.