Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
13. Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat de in art. 279 Sv gegeven regeling in alle opzichten de doelmatige afhandeling van strafzaken bevordert die de wetgever kennelijk voor ogen had. Het zou, dunkt mij, alleszins te overwegen zijn geweest om in die bepaling op te nemen dat de rechter ook de niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman tot de verdediging kan toelaten indien in redelijkheid niet te verwachten is dat de raadsman die machtiging binnen aanvaardbare termijn zal kunnen verkijgen en zich naar het oordeel van de rechter bijzondere omstandigheden voordoen die het optreden van de raadsman zonder die machtiging, in een verstekprocedure, aangewezen maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 14920 tot 15602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256