Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.

18. De stelling met betrekking tot art. 452 Sv is feitelijk onjuist. Overigens kan men de steller van de middelen toegeven dat een verdachte niet zozeer kiest voor zijn rol als verwerende procespartij (zoals hij kiest voor het adiëren van een hogere rechter), maar dat hij daartoe door zijn vervolging wordt gedwongen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 17655 tot 17988.