Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
Dat neemt niet weg dat een verdachte er voor kan kiezen de verdediging, buiten zijn aanwezigheid, door een advocaat te laten voeren. Dan zal op de één of andere manier duidelijk moeten worden dat de verdachte die keuze heeft gemaakt en de daaruit voortvloeiende instructies heeft gegeven. Dat klemt temeer omdat een verdachte, behoudens zeer uitzonderlijke gevallen, aan de uitlatingen en handelingen van zijn raadsman gebonden is. In dit opzicht kan het verband worden gelegd tussen het machtigingsvereiste dat reeds geruime tijd in de art. 450 en 452, telkens tweede lid, Sv is neergelegd en hetzelfde vereiste dat nu in de art. 279 en 331 Sv is opgenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 17996 tot 18670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256