Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.

19. Naar het inzicht van de steller van de middelen is ook de overweging dat "[h]et machtigingvereiste steunt op de gedachte dat de verdachte, alvorens een machtiging te verstrekken, een keuze maakt, onder meer wat betreft de aard en omvang van de handelingen die zijn raadsman namens hem dient te verrichten" niet overtuigend. Hij wijst er op dat een verdachte steeds een adequate en dus volledige verdediging zal wensen. De woorden "aard en omvang van de handelingen [van] zijn raadsman" zouden daarom formalistisch en misleidend zijn, terwijl een geclausuleerd optreden van de raadsman tot onwenselijke situaties en vertragingen kan voeren, mede met het oog op het dynamische en onvoorspelbare karakter van het strafproces.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 18708 tot 19447.