Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
21. Daaraan doet niet af de door de steller van de middelen opgeworpen vraag of de verdachte die geen machtiging aan zijn raadsman heeft verstrekt niet evenzeer gehouden zal kunnen worden aan diens verrichtingen. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden zal dat inderdaad het geval zijn. Bij de behoorlijke taakvervulling die van een raadsman verwacht moet kunnen worden kan het machtigingsvereiste er evenwel toe bijdragen dat de verdediging van een niet-verschenen verdachte alleen gevoerd wordt door een advocaat die zich er ter dege van heeft vergewist dat zijn cliënt dat wenst en de consequenties daarvan overziet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 20596 tot 21229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256