Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
22. De steller van de middelen herinnert verder aan het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat het recht op verdediging niet afhankelijk mag zijn van een "unduly formalistic condition", en stelt zich op het standpunt dat de Hoge Raad, overwegende dat een strikte handhaving van het in art. 279 Sv neergelegde machtigingsvereiste niet in strijd komt met art. 6 EVRM, heeft miskend dat deze verdragsbepaling niet wordt geschonden door het stellen van die eis, maar door het gevolg dat wordt verbonden aan het ontbreken van de machtiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 21249 tot 21819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256