Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.
23. Het machtigingsvereiste maakt de mogelijkheid een niet-verschenen verdachte te verdedigen niet afhankelijk van toestemming van de rechter, maar van een nadrukkelijk aan de raadsman gegeven opdracht van de verdachte. Zo de raadsman kan verklaren dat hij die opdracht heeft, moet de rechter hem ook de verdediging laten voeren. De Hoge Raad heeft hierin, in navolging van de wetgever, geen "unduly formalistic condition" gezien, waarbij de Hoge Raad nog de mogelijkheid heeft opengehouden in uitzonderlijke situaties, met het oog op de in art. 6 EVRM gewaarborgde rechten, ook de raadsman die niet kan verklaren dat hij daartoe uitdrukkelijk is gemachtigd de gelegenheid te bieden namens zijn afwezige cliënt op te treden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 21839 tot 22577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6 | shasum -a 256