Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3086.

24. Ten slotte wijst de steller van de middelen op het arrest van de Hoge Raad dat is gepubliceerd in NJ 1995, 118. Daarin is er aan voorbijgegaan dat in een cassatieschriftuur niet, zoals vereist, was vermeld dat de indiener ervan daartoe gemachtigd was. In de conclusie bij deze uitspraak is gewezen op een tendens naar versoepeling ten aanzien van formele verzuimen. Betoogd wordt dat de strikte handhaving van het in art. 279 Sv neergelegde machtigingsvereiste niet te rijmen is met die jurisprudentiële ontwikkeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed3cececea5e0390961eb8ef17a29d8ae775c208c3c164da3246cd71d811fcc6, en de alinea staat in dat document op bytes 22597 tot 23133.