Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3097.

7. Het tweede onderdeel van het middel behelst de klacht dat het hof had moeten onderzoeken of verzoeker ten tijde van de oproeping was gedetineerd. Deze klacht is terecht voorgesteld. Nu verzoeker, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, niet op die terechtzitting is verschenen, had het hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of en zo ja waar verzoeker, van wie ten tijde van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep geen woon- of verblijfplaats in de vrije samenleving bekend was, als afgestrafte was gedetineerd. In dat geval moet immers de penitentiaire inrichting als diens bekende verblijfplaats worden aangemerkt (zie HR 5 december 2000, NJ 2001, 124 en HR 14 februari 1995, NJ 1995, 536).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3, en de alinea staat in dat document op bytes 6759 tot 7524.