Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3097.

9. Het derde onderdeel van het middel klaagt erover dat de dagvaarding niet als gewone brief naar de feitelijke woon- of verblijfplaats van verzoeker is gezonden. Anders dan de steller van het middel kennelijk meent, zie ik niet in dat van verzoeker een feitelijke woon- of verblijfplaats bekend was. Uit de stukken kan niet volgen dat verzoeker een feitelijke woon- of verblijfplaats heeft opgegeven. Het adres dat verzoeker heeft doen opnemen in de akte van hoger beroep, [e-straat 1] te [plaats F], kan in ieder geval niet als zodanig gelden, nu uit de stelbrief van mr. R.G.E. de Vries van 30 maart 1998 (zie hierna onder 12), volgt dat verzoeker niet meer op dat adres woonde of verblijf hield. De klacht faalt dan ook.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3, en de alinea staat in dat document op bytes 7869 tot 8607.