Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3097.

22. Vooropgesteld zij dat in HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721, m.nt. JdH, r.o. 3.21 is bepaald dat in de regel overschrijding van de redelijke termijn behoort te leiden tot strafvermindering. Voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats. Zie voor een recent geval: HR 12 november 2002, NJB 2003, nr. 3, p. 35. Voorts kan het rechtsgevolg dat de feitenrechter heeft verbonden aan de door hem vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst (HR NJ 2000, 721, r.o. 3.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3, en de alinea staat in dat document op bytes 14692 tot 15299.