Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3097.

23. Voorts wijs ik erop dat volgens vaste jurisprudentie een verdachte die, kennis dragende van een tegen hem ingestelde vervolging nalaat op de voorgeschreven wijze opgave te doen van zijn woonadres en/of geen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke voorzieningen treft om te bereiken dat hij kennis krijgt van voor hem bestemde stukken, tengevolge waarvan de inspanningen van het openbaar ministerie om de uitspraak te zijner kennis te brengen zonder resultaat blijven, zich niet met vrucht beroepen op schending van art. 6 EVRM (zie onder meer HR 8 mei 2001, nr. 01891/99 en HR 19 januari 1999, NJ 1999, 248).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3, en de alinea staat in dat document op bytes 15319 tot 15949.