Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3097.

25. Uit de stukken blijkt het volgende ten aanzien van de woongeschiedenis van verzoeker. Volgens de brief van de gemeente Hengelo van 11 maart 1993 stond verzoeker op 10 februari 1993 en vijf dagen nadien ingeschreven op de [c-straat 1] te [plaats D]. Uit het onderzoek van de Hoge Raad ten behoeve van de aanzegging ex art. 435, eerste lid, Sv, blijkt echter niet dat verzoeker tot 24 juli 1995 stond ingeschreven op dit adres. Vanaf 24 juli 1995 stond verzoeker ingeschreven op het adres [a-straat 1] te [plaats B]. Op 26 april 1996 is verzoeker vertrokken naar 'Land onbekend'. Gelet op het voorgaande is, anders dan de steller van het middel meent, het oordeel van het hof, dat verzoeker eraan heeft bijgedragen dat de uitspraak niet zonder meer kon worden betekend en dat de overschrijding van de redelijke termijn tot strafvermindering dient te leiden, niet onbegrijpelijk. Dit oordeel kan in cassatie niet verder worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aae4655e85ab602a4bed620bf86014194d0bb137087210356bbff73493eccb3, en de alinea staat in dat document op bytes 16183 tot 17133.