Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3121.

4. Aan verdachte zijn drie milieudelicten tenlastegelegd. Deze hebben alle drie betrekking op handelen verricht bij of in verband met het drijven door verdachte van zijn jachthaven. Op 20 februari 1998 heeft een door verdachte benaderde baggeraar baggerslib uit de jachthaven gestort op grond die deel uitmaakte van de winterbedding van de Maas. Daarop heeft het onder 1 bewezenverklaarde feit betrekking. Toen deze vervolgens van Rijkswaterstaat de opdracht kreeg dat baggerslib te verwijderen heeft hij het tussen 15 en 21 april 1998 laten overbrengen naar een perceel grond dat toebehoorde aan zijn vader. Dat leverde tenlastelegging van het onder 2 bewezenverklaarde feit op. Daarnaast heeft hij een jacht afgespoten en het afvalwater zonder meer - dat wil zeggen zonder tussenkomst van een bezinkselafscheider en een olie-afscheider - in het oppervlaktewater laten lopen. Dat leidde tot het onder 3 bewezenverklaarde feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 5292 tot 6233.