Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3121.

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het Hof, inhoudende "Voor wat betreft het sub 1 tenlastegelegde feit klopt het dat op of omstreeks 20 februari 1998 te [plaats B], gemeente [C], een hoeveelheid baggerspecie is terechtgekomen in het winterbed van de Maas. Op een gegeven moment kwam een opzichter van Rijkswaterstaat langs, die zei dat ik deze grond daar niet mocht opslaan. Ik ben toen daarmee gestopt. Er lag een hoopje grond boven water in plaats van onder water. Deze grondmoest ik weghalen. Ik heb dit niet direct gedaan. Mijn vader had nog een perceel naast de jachthaven aan de [a-straat] liggen. Ik heb de grond op een gegeven moment daar neer gelegd. In zoverre klopt het sub 2 tenlastegelegde feit. Deze jachthaven is mijn bedrijf. Ik heb dit bedrijf in 1995 overgenomen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 8206 tot 9020.