Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3121.
27. Aan het voorgaande staat niet in de weg dat, zoals in de toelichting op het vijfde middel wordt gesteld, de gemeente, van wie (kennelijk) verdachtes vader de jachthaven in 1994 door ruiling met een perceel landbouwgrond verkreeg, in de akte van ruiling verklaart, dat haar geen feiten bekend zijn die er op wijzen dat het geruilde enige verontreiniging bevat die ten nadele strekt van het gebruik of die heeft geleid of zou kunnen leiden tot een verplichting tot sanering. Het gaat in het onderhavige geval immers om een situatie vier jaar later. In die periode kan het slib heel wel verontreinigd of meer verontreinigd zijn geraakt. En dan laat ik nog maar in het midden of deze passage zo kan worden verstaan dat verdachte op grond daarvan mocht verwachten dat het baggerslib niet verontreinigd zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 21976 tot 22799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05e748ff09d0ba681bcd7a78d8d929291fde95e864a29a787f9892af4a20dd7e | shasum -a 256