Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3254.

Het enkele feit dat uit latere rechtspraak blijkt dat een beroep succesvol zou zijn geweest - waarbij het college overigens uitdrukkelijk in het midden laat of dat in dit geval daadwerkelijk zo zou zijn geweest - verplicht verweerder evenwel uiteraard niet om op zijn beslissingen terug te komen; zulks zou de bijl zijn aan de wortel van voormeld beginsel, waarvan de functie immers is dat in een situatie als vooromschreven, beslissingen die niet aangevochten zijn, hun rechtskracht behouden, hoe onjuist deze beslissingen achteraf gezien wellicht ook waren. Overigens is het college niet gebleken van bijkomende omstandigheden die zo klemmend zijn dat een uitzondering op dit beginsel moet worden gemaakt. Het is naar het oordeel van het college niet voor tot prejudiciële verwijzing nopende twijfel vatbaar, dat ook het gemeenschapsrecht hiertoe niet dwingt. Het college overweegt in dit verband met name nog dat de uitoefening van rechten die voortvloeien uit het Europees recht, appellante geenszins onmogelijk is gemaakt. Zij had hiertoe echter tijdig beroep dienen in te stellen. Dat zij dit heeft nagelaten dient voor haar rekening en risico te blijven. In dit verband kan nog worden gewezen op het arrest van het Hof van 14 september 1999 in de zaak C-310/97 P (Commissie/AssiDomän Kraft Products AB).'(52)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3831c71e0e98f308fe186dce855e438d55803c67dd27acfba84e57ad6afa99e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3831c71e0e98f308fe186dce855e438d55803c67dd27acfba84e57ad6afa99e3, en de alinea staat in dat document op bytes 64345 tot 65676.