Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3254.

4.48. Nu tegen de heffingen een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang heeft opengestaan die niet tijdig is gebruikt, moet de burgerlijke rechter er in beginsel van uit gaan dat de heffingen, zowel wat hun wijze van tot stand komen als wat hun inhoud betreft, in overeenstemming zijn met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen. De heffingen hebben formele rechtskracht gekregen. Maple en Game kunnen dus niet met vrucht aanvoeren dat de heffingen onrechtmatig zijn en dat de geheven belasting aan hen bij wege van schadevergoeding moet worden terugbetaald dan wel dat deze belasting krachtens een andere civielrechtelijke titel aan hen dient te worden gerestitueerd. Zelfs als de resolutie of de daaraan in concrete gevallen gegeven toepassing wegens strijd met hogere rechtsregels, materieel onrechtmatig zou zijn geweest (deze vraag behoeft niet beantwoord te worden(59)), baat dit Maple en Game dus niet. Op e.e.a. stuit het eerste middelonderdeel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3831c71e0e98f308fe186dce855e438d55803c67dd27acfba84e57ad6afa99e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3831c71e0e98f308fe186dce855e438d55803c67dd27acfba84e57ad6afa99e3, en de alinea staat in dat document op bytes 78916 tot 79921.