Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3254.

19. Wat laatstgenoemd beginsel betreft, is het volgens het Hof met het gemeenschapsrecht verenigbaar, dat in het belang van de rechtszekerheid, waarin zowel de contribuabele als de administratie bescherming vindt, redelijke beroepstermijnen worden vastgesteld die gelden op straffe van verval van recht (arresten van 16 december 1976, Rewe, 33/76, Jurispr. blz. 1989, punt 5, en Comet, 45/76, Jurispr. blz. 2043, punten 17 en 18 arrest Denkavit Italiana, reeds aangehaald, punt 23 zie eveneens arresten van 10 juli 1997, Palmisani, C-261/95, Jurispr. blz. I-4025, punt 28, en 17 juli 1997, Haahr Petroleum, C-90/94, Jurispr. blz. I-4085, punt 48). Dergelijke termijnen maken immers de uitoefening van de door het gemeenschapsrecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk. Een nationale vervaltermijn van drie jaar te rekenen vanaf de dag van de betwiste betaling, lijkt in dat opzicht redelijk (zie arresten Edis, punt 35, en Spac, punt 19, beide reeds aangehaald).'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3831c71e0e98f308fe186dce855e438d55803c67dd27acfba84e57ad6afa99e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3831c71e0e98f308fe186dce855e438d55803c67dd27acfba84e57ad6afa99e3, en de alinea staat in dat document op bytes 36322 tot 37330.